Mediawijsheid is het meisje waar iedere jongen mee wil daten

Moeten mediawijsheid en het vak Nederlands trouwen? Nee, nee en nog eens nee. Ondanks een sterk betoog van docent Nederlands Jeroen Clemens.

De aanleiding is het betoog van Marcel Kesselring dat scholen meer en beter aandacht moeten besteden aan mediawijsheid en informatievaardigheden. Een betoog waar ik in grote lijnen achter sta. Als reactie schreef Jeroen Clemens zijn visie op over hoe mediawijsheid in het onderwijs zou moeten worden opgepakt. Hij vindt dat mediawijsheid en Nederlands moeten trouwen. De kern van zijn betoog is dat aangezien zowel mediawijsheid als Nederlands (online) tekstbegrip als centraal thema hebben. Een goed en helder verhaal wat duidelijk laat zien dat aandacht voor online tekstbegrip noodzakelijk is en op dat punt is er zeker een sterke verwantschap met tekstbegrip binnen het vak Nederlands. Dat is echter nog geen reden om te pleiten voor het samengaan van deze twee aandachtsgebieden in het onderwijs. Integendeel zelfs. Mijns inziens zijn er drie redenen waarom dit niet het geval is.

Niet verengen tot online tekstbegrip
Mediawijsheid en informatievaardigheden gaan over meer dan alleen (online) tekstbegrip. Ook het om kunnen gaan met allerlei digitale tools is belangrijk, evenals het kunnen beoordelen van de diepere lagen achter een mediaboodschap.

Niet verengen tot Nederlands
Het vak Nederlands is niet het enige vak waarbinnen je met informatievaardigheden & mediawijsheid aan de slag kunt. Economie, maatschappijleer, biologie, M&O, geschiedenis en de vreemde talen zijn vakken waarbij je ook prima aandacht kunt besteden aan deze vaardigheden. Is dat lastig? Misschien in het begin. Het vereist waarschijnlijk het herontwerpen van je onderwijs. En nee, het hoeft ook niet ten koste te gaan van de vakinhoud. Een goed herontwerp voorkomt dat.

Verantwoordelijkheid van de hele school
Mediawijsheid integreren met Nederlands leidt daarnaast ook nog eens tot het afschuiven van verantwoordelijkheid. “Nee, daar hoeven wij niets aan te doen, dat doen ze al bij Nederlands.” Mediawijsheid is juist iets waarbij transfer naar andere aspecten van het leven van belang is. Door bij meerdere vakken hier aandacht aan te besteden laat je leerlingen zien dat het op verschillende vlakken van belang is en bevorder je juist die transfer.

Conclusie
Ik kan het alleen maar toejuichen als Jeroen mediawijsheid integreert in zijn vak, maar dat is niet alleen voorbehouden aan Nederlands. En die suggestie wekt hij wel door te pleiten voor een trouwerij. Ik zie mediawijsheid (& dus informatievaardigheden) meer als het meisje waar iedere jongen mee zou moeten willen daten. Een verborgen schoonheid. Dit meisje is ook polygaam: ze date met alle jongens tegelijk.

Hokjesgeest is bevallen van generatie C

Een verdieping lager hoor ik mijn collega Wilfred Rubens een diepe zucht slaken. Nee he! Niet alweer een nieuwe generatie. In mijn ogen een zeer terechte verzuchting. De laatste jaren worden we immers bedolven onder de generaties: Generatie X, Y, Z, Niks, de verloren generatie, de Homo Zappiens, etc. En nu is er dan weer generatie C, waarbij de C voor ‘connected‘ staat.

Terecht stelt Wilfred dat de werkelijkheid veel genuanceerder is. Als ik kijk naar de sleutelwoorden, communicating, content-centric, computerized, community-oriented, always clicking, dan voldoe ikzelf toch aardig aan dat beeld. Ik ben alleen niet geboren na 1990.

Maar hoe komt het dat de ene na de andere generatie boven komt drijven? Is dat omdat snelle marketingjongens (en meisjes) dergelijke concepten lanceren om weer e.e.a. te verkopen? Dat speelt zeker een belangrijke rol.

Hokjesdenken by Manuarmata

Maar er ligt mijns inziens een diepere oorzaak aan ten grondslag: de mens zelf. Om orde in onze wereld te houden, creëren categorieën om alles in te delen en overzichtelijk te houden. Hokjegeest dus. Dat is ook precies de reden waarom er allerlei stereotypen bestaan: de asociale PVV-er, de lompe boer, de jattende Marokkaan, de bekakte Hagenees, de geiten-wollen-sokken milieuactivist, en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Die nieuwe generaties komen volgens mij dus gewoon voort uit hokjegeest. Onze dwangmatige neurose om alles in categorieën in te delen. Marketeers spelen daar handig op in, de mensch hapt gretig toe.

Variatietips voor leraren

Eén van de belangrijkste valkuilen voor leraren is dat men elke keer terug valt op een beperkte set aan werkvormen omdat men daar vertrouwd mee is. Met de introductie van de Tiptool is het met name voor leerkrachten in het basisonderwijs een stuk makkelijker geworden om inspiratie op te doen. In een handige app (voor zowel iOS als Android) worden in zes categorieën diverse mogelijkheden gegeven om meer variatie in de les aan te brengen.

Bij elke werkvorm of energizer wordt stap voor stap uitgelegd wat je nodig hebt voor de uitvoering, welk doel je ermee kunt bereiken en hoe deze kan worden toegepast. Aan het einde van elke werkvorm worden nog tips gegeven voor differentiatie.

De Tiptool is gemaakt door Educatheek.nl en Docenttalent.

Meer Lef in het onderwijs graag!

Vandaag vindt in Utrecht de manifestatie van Leraren met Lef plaats. Een prachtig initiatief in een tijd waarin het bon ton is om te klagen over het onderwijs. Uitgangspunt van de initiatiefnemers is dat je als leraar moet opereren binnen de kader die door de politiek worden geschapen en dat je binnen deze kaders gewoon zo goed mogelijk je best doet.

Op de website staat ook een lef-test waarmee je aan de hand van 10 stellingen kunt kijken hoeveel lef je hebt als leraar. Hierbij mijn gedachten over de stellingen:

Zoekt de verantwoordelijkheid voor goede lessen in de eerste plaats bij zichzelf
Het is een menselijke eigenschap om falen te wijten aan factoren buiten jezelf. Dat dingen niet goed gaan in het onderwijs wordt nog te vaak toegerekend aan het management (een favoriete zondebok), het ministerie (scoort ook hoog), werkdruk, slechte ouders, etc. En vervolgens blijft men apathisch zitten, als een konijn starend naar de dichterbij komende koplampen. Kritisch naar jezelf (laten) kijken is lastig en confronteert je met je eigen imperfectie. Het is wel een belangrijk stap naar het verbeteren van jezelf als leraar. Zolang je niet weet wat er fout, kun je er ook geen verandering in brengen.

Maakt tijd vrij (ondanks de werkdruk) om zijn werk/lessen te verbeteren
De werkdruk als excuus gebruiken dat er geen tijd is om jezelf te verbeteren als docent is kortzichtig. Zo zul je nooit een kei in je vak worden en wordt het heel lastig om bij te blijven bij nieuwe ontwikkelingen. Niet alleen in het begin, maar gedurende je hele carriere als leraar zul je moeten blijven investeren in jezelf. Anders ben je ten dode opgeschreven. Je verzuurt. Ontwikkeling is gebaat bij prikkels, zoek die dan ook op als docent.

Bevordert het leren van, met en aan collega’s
Voor sommige leraren is hun klaslokaal hun koninkrijk. Iedere potentiële indringer wordt er met alle macht buiten gehouden. Zo ook collega’s en dat is jammer. Je kunt niet alles in je eentje uitvogelen. 1 + 1 = 3 gaat hier al snel op. Ook voor de oude rotten in het vak.

Praat niet over de ander, maar met de ander
Roddelen gebeurt overal. Klagen over een collega tegen anderen helpt je niet verder. Je klacht bespreken met de betreffende collega kan tot een discussie leiden waar je allebei beter van wordt. Uiteraard gelden hier wel de regels van fatsoen. Zit je iets dwars? Probeer het dan bespreekbaar te maken door te vertellen hoe het voor jou voelt en ga de ander geen verwijten maken. Zoals in het vorige punt beschreven: je leert veel meer met elkaar.

Ziet fouten als een manier om te leren en handelt daar ook naar
Ook dit sluit weer goed aan bij de vorige twee punten. Zie je een andere leraar iets fout doen? Bespreek het dan met elkaar en kijk hoe voorkomen kan worden dat de fout weer gemaakt wordt. Wordt je zelf aangesproken op een fout? Ga dan niet gelijk in de verdediging, maar luister eerst naar wat de ander te zeggen heeft en vraag eventueel door.

Neemt in de school initiatieven om met de collega’s het werk te verbeteren
Als er iets niet lekker loopt binnen een organisatie (dus ook scholen) denken mensen vaak dat ze daar weinig aan kunnen veranderen. Niets is minder waar. Zoek een aantal gelijkgestemden en ga aan de slag. Daarmee bedoel ik niet dat men de barricades op moet, maar dat men op constructieve wijze aan de slag gaat om oplossingen te bedenken.

Zoekt bij verschillen van mening naar mogelijkheden om tot elkaar te komen in plaats van het organiseren van oppositie
Volgens mij is er te vaak sprake van een wij (leraren) tegen zij (management) gevoel in het onderwijs. Dat is contraproductief. In een loopgravenoorlog leiden beide partijen grote verliezen, terwijl vrede sluiten en samenwerken tot bloei leidt.

Ziet in dat zijn individuele belang ondergeschikt is aan het collectieve belang
Je bent als leraar onderdeel van een systeem. Je hebt geen eigen koninkrijkje. Sterker nog: anderen helpen is ook in je eigen belang. Zoals we al gezien hebben leer je met elkaar meer dan alleen. De kwaliteit gaat dan omhoog en daar pluk je ook zelf de vruchten van.

Ziet nieuwe ontwikkelingen in het onderwijs in de eerste plaats als kans voor verbetering
Een iPad is echt geen vervanger voor een leraar. Wel kan een leraar kijken hoe een iPad van dienst kan zijn bij het behalen van doelen. Maar dit is niet alleen van toepassing op techniek. Ook bij didactische vernieuwingen is het goed om die met dezelfde houding te  benaderen.

Weet de visie van de eigen school te vertalen naar dagelijkse schoolpraktijk
Dit is een lastig punt. Hier ligt niet alleen een verantwoordelijkheid bij de leraar, maar ook bij de schoolleiding. De schoolleiding dient in samenspraak met de leraren te komen tot een krachtige en duidelijk geformuleerde visie op onderwijs. Met een vaag omschreven visie is het lastig om die te vertalen naar de praktijk. Maar als deze duidelijk visie wel aanwezig is, dat heeft de leraar de plicht om die om te zetten in de praktijk en de uitvoering te toetsen bij collega’s.

Al met al een leuke test. Het wordt nog beter als je de test helemaal in hebt gevuld. Uit de feedback blijkt dat hoog scoren niet perse positief is. Het advies is dan: “Je score is te hoog. Zorg voor ontspanning! :-) “. Dit geeft voor mij de realiteitszin van het hele initiatief weer. Niemand is perfect. Ook een leraar niet.

De 10 stellingen zijn mijns inziens een mooie leidraad voor een goede professional. Als iedere leraar met dit lijstje aan de slag gaat, dan denk ik dat er snel veel verbeteringen in het onderwijs zichtbaar zullen zijn. Maar misschien droom ik nu?

Goed stemgebruik

Als docent gebruik je de hele dag je stem. Hard of zacht, hoog of laag, met je stem kun je veel variëren. Maar is iedere docent zich er wel bewust van dat je je stem ook professioneel moet leren gebruiken? Daarnaast is het ook belangrijk dat de stem van een docent gezond blijft. Geen stem, geen les.

Een onderwerp dat zeker aandacht nodig heeft. Daarom wordt er in OpenU een online lezing gehouden over professioneel stemgebruik. Liselotte Hambeukers-Nollet van Stemkunst zal het belang van een gezonde stem en een goede presentatie door goed stemgebruik nader belichten.

De lezing wordt gehouden op 17 April 2012, van 20.00-21.00 uur. Deelname is gratis, inschrijven is verplicht.

Meer informatie vind je op OpenU. Om in te kunnen schrijven voor de lezing heb je een account nodig. Als je nog geen account hebt, dan kun je er één aanmaken.