Check de feiten

H2O is een gevaarlijke chemische stof“, “De uitspraken van Roemer kosten Nederland geld“, “De stof squaleen in vaccins zorgt o.a. voor het ontstaan van autoimmuunziekten“. Met de regelmaat van klok worden er allerlei beweringen de wereld in geslingerd zonder ook maar enige mate aan onderbouwing. Dat het beoordelen van informatie op internet geen sinecure is, is inmiddels al vaak bevestigd door wetenschappelijk onderzoek.

Met de verkiezingen in aantocht zijn het hoogtijdagen voor door politici verkondigde (on)gefundeerde meningen. Veel van deze beweringen worden klakkeloos geloofd en overgenomen. Ook door professionele journalisten. Hoe onderscheid je dan de ware van de onware uitspraken? Gewoon door zelf op onderzoek uit te gaan. Wie is de boodschapper? Heeft hij/zij de kennis om een dergelijk uitspraak te doen? Heeft hij/zij een belang bij een bepaalde uitspraak? Is de uitspraak gebaseerd op gegeven of is het een mening? Zomaar een paar vragen aan de hand waarvan je de betrouwbaarheid kunt (proberen te) controleren. Helaas is dat vaak ook een tijdrovende bezigheid.

Gelukkig zijn er een aantal initiatieven die dergelijke uitspraken onder een vergrootglas leggen:

  • Next.checkt: De factcheck rubriek van NRC Next.
  • FHJ Factcheck: De factcheckblog van de Fontys Hogeschool voor de Journalistiek waar regelmatig uitspraken in de media worden gecontroleerd.
  • The Fact Club: Een initiatief van De Publieke Zaak om het publieke debat te voeden met feiten.
  • Nieuwscheckers: Vergelijkbaar met FHJ Factcheck, maar dan door studenten van de opleiding Journalistiek en Nieuwe Media van de Universiteit Leiden.

Van deze vier bronnen komt NRC Next het meest met een waarheidscheck.

Naast dat dit prima bronnen zijn om je als burger verder te informeren, zijn het ook uitstekende bronnen om in het onderwijs met informatievaardigheden aan de slag te gaan. Leg leerlingen een bewering voor en vraag ze om het waarheidsgehalte te beoordelen en daarbij aan te geven hoe ze tot hun oordeel zijn gekomen. Vervolgens kun je dit als docent weer koppelen aan een algemene vraag hoe je informatie op betrouwbaarheid kunt beoordelen.

Hoewel dit allemaal prima bronnen zijn om achter de waarheid van uitspraken te komen, gaan ook de zogenaamde factcheckers wel eens in de fout zoals de Piratenpartij laat zien. Kortom: wees altijd op je hoede!

Rook, vuur & mediawijs gepruts

Deze week was het weer eens raak. Afgelopen maandag kwam het NOS journaal met het nieuws dat veel jongeren lijden aan Social Media Stress. Nog voor het item goed en wel begonnen was, had ik al een vermoeden wie er geïnterviewd zou worden. In no time kreeg ik gelijk: Liesbeth Hop van Nationale Academie voor Media en Maatschappij. Als reactie kwam er stevige kritiek van Maarten Keulemans en Linda Duits (link 1 & link 2).

Zonder het werk van deze twee auteurs over te willen doen, wil ik toch een aantal opmerkelijke zaken belichten. Ten eerste is in de gehele rapportage bijna geen verwijzing te vinden naar degelijk onderzoek over dit onderwerp. Het tweede voorbeeld staat op pagina 9 van het rapport. Daar wordt er een verband gelegd tussen het dwangmatige gedrag van jongeren en het functioneren van de prefrontale cortex van jongeren. Dan mag je toch wel een verwijzing naar een degelijke bron verwachten, er wordt echter verwezen naar een huiswerk instituut. Pardon?! Konden ze echt geen betere bron vinden? Helaas, het staat er echt. Als laatste wordt in paragraaf 4.1 gesproken over verschillende Amerikaanse onderzoeken, maar er staat slechts een verwijzing naar 1 onderzoek. Waar zijn de andere onderzoeken?

Na de artikelen van Linda Duits en Maarten Keulemans, komt er een uitgebreide reactie van Liesbeth Hop. Deze reactie roep gelijk een aantal vragen op:

  1. Waarom is er niet zo’n uitgebreide beschrijving van de onderzoeksopzet in het het rapport opgenomen?
  2. Als je als maatstaf bij de selectie van stellingen meeneemt of jongeren zich in de stellingen herkennen, ben je dan niet gewoon met een self-fullfilling prophecy bezig?
  3. Hoe is bepaald wat een logische volgorde is van stellingen? Zijn er controle vragen opgenomen? Sowieso laten de stellingen een nogal sturende indruk achter.
  4. Waarom is het kwalitatieve onderzoek niet beter beschreven in het rapport? Als de uitkomsten van het kwalitatieve onderzoek zo bepalend zijn voor het kwantitatieve onderzoek, dan verwacht je niet dat dit verborgen wordt.
  5. Waarom is er gekozen voor groepsgesprekken en niet voor individuele diepte-interviews? Sociaal wenselijkheid en groepsdruk gaan dan een rol spelen. Door het kwalitatieve onderzoek bijvoorbeeld met de Delphi-methode te doen voorkom je deze effecten.

Waar rook is er vaak vuur. Tijd dus om eens naar de track record van de Nationale Academie voor Media en Maatschappij te kijken.

Het voorval van deze week lijkt dus niet op zich zelf te staan. Het beeld dat hieruit naar voren komt is niet echt hoopgevend over de kwaliteit van de Nationale Academie voor Media en Maatschappij.