Rook, vuur & mediawijs gepruts

Deze week was het weer eens raak. Afgelopen maandag kwam het NOS journaal met het nieuws dat veel jongeren lijden aan Social Media Stress. Nog voor het item goed en wel begonnen was, had ik al een vermoeden wie er geïnterviewd zou worden. In no time kreeg ik gelijk: Liesbeth Hop van Nationale Academie voor Media en Maatschappij. Als reactie kwam er stevige kritiek van Maarten Keulemans en Linda Duits (link 1 & link 2).

Zonder het werk van deze twee auteurs over te willen doen, wil ik toch een aantal opmerkelijke zaken belichten. Ten eerste is in de gehele rapportage bijna geen verwijzing te vinden naar degelijk onderzoek over dit onderwerp. Het tweede voorbeeld staat op pagina 9 van het rapport. Daar wordt er een verband gelegd tussen het dwangmatige gedrag van jongeren en het functioneren van de prefrontale cortex van jongeren. Dan mag je toch wel een verwijzing naar een degelijke bron verwachten, er wordt echter verwezen naar een huiswerk instituut. Pardon?! Konden ze echt geen betere bron vinden? Helaas, het staat er echt. Als laatste wordt in paragraaf 4.1 gesproken over verschillende Amerikaanse onderzoeken, maar er staat slechts een verwijzing naar 1 onderzoek. Waar zijn de andere onderzoeken?

Na de artikelen van Linda Duits en Maarten Keulemans, komt er een uitgebreide reactie van Liesbeth Hop. Deze reactie roep gelijk een aantal vragen op:

  1. Waarom is er niet zo’n uitgebreide beschrijving van de onderzoeksopzet in het het rapport opgenomen?
  2. Als je als maatstaf bij de selectie van stellingen meeneemt of jongeren zich in de stellingen herkennen, ben je dan niet gewoon met een self-fullfilling prophecy bezig?
  3. Hoe is bepaald wat een logische volgorde is van stellingen? Zijn er controle vragen opgenomen? Sowieso laten de stellingen een nogal sturende indruk achter.
  4. Waarom is het kwalitatieve onderzoek niet beter beschreven in het rapport? Als de uitkomsten van het kwalitatieve onderzoek zo bepalend zijn voor het kwantitatieve onderzoek, dan verwacht je niet dat dit verborgen wordt.
  5. Waarom is er gekozen voor groepsgesprekken en niet voor individuele diepte-interviews? Sociaal wenselijkheid en groepsdruk gaan dan een rol spelen. Door het kwalitatieve onderzoek bijvoorbeeld met de Delphi-methode te doen voorkom je deze effecten.

Waar rook is er vaak vuur. Tijd dus om eens naar de track record van de Nationale Academie voor Media en Maatschappij te kijken.

Het voorval van deze week lijkt dus niet op zich zelf te staan. Het beeld dat hieruit naar voren komt is niet echt hoopgevend over de kwaliteit van de Nationale Academie voor Media en Maatschappij.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>