Google als stopwatch

Sinds kort is Google ook als stopwatch te gebruiken. Voor de zoekterm [set timer for 4 minutes] is en Google geeft automatisch boven de zoekresultaten een interactieve timer weer. Je kunt de timer stoppen, resetten en het waarschuwingssignaal uitzetten (Maar waarom zou je? Gaat het daar niet juist om?).

timer-Google-Search

Je kunt elke willekeurige tijd instellen en als je de pagina wilt afsluiten vraagt Google je of je het zeker weet. Nog even een korte demo:

Een zoektip voor “Ik wil lezen”

Vorig jaar schreef Jelmer Evers een vlammend betoog dat hij als docent toegang wil tot wetenschappelijke artikelen. Het pijnpunt dat Jelmer benoemt is terecht. Voor een verdere professionalisering is toegang tot wetenschappelijke artikel een noodzaak.

Ook vandaag plaatste Jelmer weer een oproep op twitter omdat hij geen toegang had tot een artikel. Met één zoekactie had ik het artikel gevonden. Hoe komt het dat dit artikel toch gewoon online staat en niet achter de betaalmuur van een wetenschappelijke database? De verklaring daarvoor is eenvoudig. Veel wetenschappers zetten een ‘preprint’ of conceptversie van hun artikelen op hun eigen website of die van de universiteit.

Om van deze kennis optimaal gebruik te maken, zijn de volgende twee tips van belang:

  • Zoek met Google Scholar. Vaak geeft Google Scholar al een link naar het artikel.
  • Als Google Scholar niet de link geeft naar een artikel, ga dan naar Google. Tik daar de exacte titel van het artikel in (het liefst tussen “aanhalingstekens”), gevolgd door “filetype:pdf” (zonder de aanhalingstekens).

Hoewel ik zelf wel toegang heb tot allerlei wetenschappelijk databases, gebruik ik zelf ook vaak deze strategie. Het namelijk gewoon sneller dan eerst inloggen in het online bibliotheeksysteem, dan de juiste database selecteren en daar in gaan zoeken.

Het blijft echter ook voor mij als een paal boven water staan dat vrije toegang tot wetenschappelijke artikelen noodzakelijk is. Zolang dat niet geregeld is, is dit in ieder geval een praktisch alternatief.

Voor wie nog andere tips heeft: plaats ze hieronder in de reacties.

Experimenteren met R & vuurwapens

Na de schietpartij in Newtown is er logischerwijs in de VS weer een discussie opgelaaid of het wapenbezit niet wat meer beperkt moet worden. Een dergelijke discussie kun je voeren op basis van emoties en/of op feiten. Aangezien ik deze begonnen ben met het mezelf eigen maken van de statistiek (programmeer)taal R heb ik er wat cijfers bij gezocht. De noodzakelijke cijfers over vuurwapendoden en vuurwapenbezit heb ik Wikipedia gehaald. Misschien niet altijd even betrouwbaar, maar wel snel voor handen. De volgende uitdaging was om de data in R te krijgen en er een paar visualisaties van te maken. Hieronder staan vier grafieken: (1) het aantal vuurwapendoden, (2) het aantal moorden met vuurwapens, (3) het aantal zelfmoorden met vuurwapens & (4) het aantal ongelukken met vuurwapens. Bij alle vier is het aantal doden per 100.000 inwoners afgezet tegen het aantal vuurwapens per 100 inwoners.

Op basis van deze figuren kun je een voorzichtige conclusie trekken dat er een relatie tussen het aantal vuurwapen en het aantal doden door vuurwapens. Eén figuur springt er echter tussen uit: op basis van figuur 2 zou je de conclusie kunnen trekken dat er slechts een zwak verband is tussen het aantal moorden en het aantal vuurwapens.

Datamanipulatie

Dat je op basis van verschillende representaties van data verschillende beelden kunt kunt schetsen is bij wetenschappers algemeen bekend, maar niet altijd bij het grote publiek. Vergelijk onderstaande figuren over moorden maar eens met figuur 2. Ze zijn beide op basis van exact dezelfde data gemaakt.

In figuur 2 kun je duidelijk zien dat Mexico een apart geval is: relatief weinig vuurwapens maar wel heel veel doden. Niet verwonderlijk als je weet dat daar al jaren een keiharde oorlog tussen verschillende drugskartels woedt. Door de figuur een andere schaal mee te geven kun je het beeld dat je oproept beïnvloeden. In dit geval valt Mexico (en in de laatste figuur ook de Verenigde Staten) buiten de grenzen van de grafiek.

Mediawijsheid is het meisje waar iedere jongen mee wil daten

Moeten mediawijsheid en het vak Nederlands trouwen? Nee, nee en nog eens nee. Ondanks een sterk betoog van docent Nederlands Jeroen Clemens.

De aanleiding is het betoog van Marcel Kesselring dat scholen meer en beter aandacht moeten besteden aan mediawijsheid en informatievaardigheden. Een betoog waar ik in grote lijnen achter sta. Als reactie schreef Jeroen Clemens zijn visie op over hoe mediawijsheid in het onderwijs zou moeten worden opgepakt. Hij vindt dat mediawijsheid en Nederlands moeten trouwen. De kern van zijn betoog is dat aangezien zowel mediawijsheid als Nederlands (online) tekstbegrip als centraal thema hebben. Een goed en helder verhaal wat duidelijk laat zien dat aandacht voor online tekstbegrip noodzakelijk is en op dat punt is er zeker een sterke verwantschap met tekstbegrip binnen het vak Nederlands. Dat is echter nog geen reden om te pleiten voor het samengaan van deze twee aandachtsgebieden in het onderwijs. Integendeel zelfs. Mijns inziens zijn er drie redenen waarom dit niet het geval is.

Niet verengen tot online tekstbegrip
Mediawijsheid en informatievaardigheden gaan over meer dan alleen (online) tekstbegrip. Ook het om kunnen gaan met allerlei digitale tools is belangrijk, evenals het kunnen beoordelen van de diepere lagen achter een mediaboodschap.

Niet verengen tot Nederlands
Het vak Nederlands is niet het enige vak waarbinnen je met informatievaardigheden & mediawijsheid aan de slag kunt. Economie, maatschappijleer, biologie, M&O, geschiedenis en de vreemde talen zijn vakken waarbij je ook prima aandacht kunt besteden aan deze vaardigheden. Is dat lastig? Misschien in het begin. Het vereist waarschijnlijk het herontwerpen van je onderwijs. En nee, het hoeft ook niet ten koste te gaan van de vakinhoud. Een goed herontwerp voorkomt dat.

Verantwoordelijkheid van de hele school
Mediawijsheid integreren met Nederlands leidt daarnaast ook nog eens tot het afschuiven van verantwoordelijkheid. “Nee, daar hoeven wij niets aan te doen, dat doen ze al bij Nederlands.” Mediawijsheid is juist iets waarbij transfer naar andere aspecten van het leven van belang is. Door bij meerdere vakken hier aandacht aan te besteden laat je leerlingen zien dat het op verschillende vlakken van belang is en bevorder je juist die transfer.

Conclusie
Ik kan het alleen maar toejuichen als Jeroen mediawijsheid integreert in zijn vak, maar dat is niet alleen voorbehouden aan Nederlands. En die suggestie wekt hij wel door te pleiten voor een trouwerij. Ik zie mediawijsheid (& dus informatievaardigheden) meer als het meisje waar iedere jongen mee zou moeten willen daten. Een verborgen schoonheid. Dit meisje is ook polygaam: ze date met alle jongens tegelijk.

Gelooft Kennisnet nog in de Digital Natives mythe?

Gisteren las ik de laatste versie van de ‘ICT-bekwaamheidseisen voor leraren‘ van Kennisnet. Op pagina 5 kwam ik daar de volgende passage tegen:

Het gebruik van ict-toepassingen spreekt leerlingen aan. Voor veel leerlingen is het gebruik van ict een vanzelfsprekendheid, zij kennen geen wereld zonder ict, en sluit dus goed aan bij hun belevingswereld. Dit werkt motiverend. Bij het werken met nieuwe media blijkt wel een goede begeleiding van de leraar noodzakelijk (Digital natives vs. Digital immigrants); bijvoorbeeld bij het inschatten van de betrouwbaarheid van online bronnen en het gebruiken van goede zoektermen.

Mijn eerste gedachte was ‘oh nee, daar gaan we weer’ en direct slingerde ik de volgende tweet de lucht in:

Een paar uur later reageerde Frans Schouwenburg van Kennisnet:

Hmm, had ik misschien gewoon slecht gelezen? Na het herlezen van de bovenstaande passage kwam ik tot de conclusie dat deze tekst op in ieder geval twee manieren is uit te leggen. De crux zit ‘m in de zin “Bij het werken met nieuwe media blijkt wel een goede begeleiding van de leraar noodzakelijk”. Gecombineerd met de opmerkingen over leerlingen en de tekst tussen haakjes (Digital natives vs Digital immigrants) wekte bij mij de indruk dat Kennisnet uitgaat van een mythe die nooit wetenschappelijk is aangetoond.

Wat zou Kennisnet nu precies bedoelen met deze passage? Er zijn mijns inziens twee betekenissen aan deze alinea toe te kennen:

  1. De leraar heeft begeleiding nodig bij het toepassen van ict-toepassingen in het onderwijs, want hij/zij is een ‘digital immigrant’. Ze hebben oa moeite met het inschatten van de betrouwbaarheid en het gebruik van online bronnen. (mijn 1ste interpretatie dus)
  2. Om ict-toepassingen effectief in te zetten, moet de leraar de leerlingen wel goed begeleiden. Anders zullen leerlingen moeite hebben met het op waarde schatten en gebruiken van online bronnen. (ook een goed uitgangspunt)

Omdat deze passage in een stuk over bekwaamheidseisen van leraren staat, ging ikzelf automatisch uit van de eerste verklaring. Volgens Frans Schouwenburg een verkeerde conclusie.

Stel nu dat de tekst tussen haakje (over Digital … etc) er niet had gestaan? Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, was ik het dan helemaal eens met de tekst geweest. Wellicht is het goed om deze alinea opnieuw te formuleren zodat er geen twijfel meer kan bestaan over de betekenis.

Maar wat heeft Kennisnet nu precies bedoeld? Ik hoor het graag van ze in de reacties.