Een zoektip voor “Ik wil lezen”

Vorig jaar schreef Jelmer Evers een vlammend betoog dat hij als docent toegang wil tot wetenschappelijke artikelen. Het pijnpunt dat Jelmer benoemt is terecht. Voor een verdere professionalisering is toegang tot wetenschappelijke artikel een noodzaak.

Ook vandaag plaatste Jelmer weer een oproep op twitter omdat hij geen toegang had tot een artikel. Met één zoekactie had ik het artikel gevonden. Hoe komt het dat dit artikel toch gewoon online staat en niet achter de betaalmuur van een wetenschappelijke database? De verklaring daarvoor is eenvoudig. Veel wetenschappers zetten een ‘preprint’ of conceptversie van hun artikelen op hun eigen website of die van de universiteit.

Om van deze kennis optimaal gebruik te maken, zijn de volgende twee tips van belang:

  • Zoek met Google Scholar. Vaak geeft Google Scholar al een link naar het artikel.
  • Als Google Scholar niet de link geeft naar een artikel, ga dan naar Google. Tik daar de exacte titel van het artikel in (het liefst tussen “aanhalingstekens”), gevolgd door “filetype:pdf” (zonder de aanhalingstekens).

Hoewel ik zelf wel toegang heb tot allerlei wetenschappelijk databases, gebruik ik zelf ook vaak deze strategie. Het namelijk gewoon sneller dan eerst inloggen in het online bibliotheeksysteem, dan de juiste database selecteren en daar in gaan zoeken.

Het blijft echter ook voor mij als een paal boven water staan dat vrije toegang tot wetenschappelijke artikelen noodzakelijk is. Zolang dat niet geregeld is, is dit in ieder geval een praktisch alternatief.

Voor wie nog andere tips heeft: plaats ze hieronder in de reacties.

Experimenteren met R & vuurwapens

Na de schietpartij in Newtown is er logischerwijs in de VS weer een discussie opgelaaid of het wapenbezit niet wat meer beperkt moet worden. Een dergelijke discussie kun je voeren op basis van emoties en/of op feiten. Aangezien ik deze begonnen ben met het mezelf eigen maken van de statistiek (programmeer)taal R heb ik er wat cijfers bij gezocht. De noodzakelijke cijfers over vuurwapendoden en vuurwapenbezit heb ik Wikipedia gehaald. Misschien niet altijd even betrouwbaar, maar wel snel voor handen. De volgende uitdaging was om de data in R te krijgen en er een paar visualisaties van te maken. Hieronder staan vier grafieken: (1) het aantal vuurwapendoden, (2) het aantal moorden met vuurwapens, (3) het aantal zelfmoorden met vuurwapens & (4) het aantal ongelukken met vuurwapens. Bij alle vier is het aantal doden per 100.000 inwoners afgezet tegen het aantal vuurwapens per 100 inwoners.

Op basis van deze figuren kun je een voorzichtige conclusie trekken dat er een relatie tussen het aantal vuurwapen en het aantal doden door vuurwapens. Eén figuur springt er echter tussen uit: op basis van figuur 2 zou je de conclusie kunnen trekken dat er slechts een zwak verband is tussen het aantal moorden en het aantal vuurwapens.

Datamanipulatie

Dat je op basis van verschillende representaties van data verschillende beelden kunt kunt schetsen is bij wetenschappers algemeen bekend, maar niet altijd bij het grote publiek. Vergelijk onderstaande figuren over moorden maar eens met figuur 2. Ze zijn beide op basis van exact dezelfde data gemaakt.

In figuur 2 kun je duidelijk zien dat Mexico een apart geval is: relatief weinig vuurwapens maar wel heel veel doden. Niet verwonderlijk als je weet dat daar al jaren een keiharde oorlog tussen verschillende drugskartels woedt. Door de figuur een andere schaal mee te geven kun je het beeld dat je oproept beïnvloeden. In dit geval valt Mexico (en in de laatste figuur ook de Verenigde Staten) buiten de grenzen van de grafiek.

Mediawijsheid is het meisje waar iedere jongen mee wil daten

Moeten mediawijsheid en het vak Nederlands trouwen? Nee, nee en nog eens nee. Ondanks een sterk betoog van docent Nederlands Jeroen Clemens.

De aanleiding is het betoog van Marcel Kesselring dat scholen meer en beter aandacht moeten besteden aan mediawijsheid en informatievaardigheden. Een betoog waar ik in grote lijnen achter sta. Als reactie schreef Jeroen Clemens zijn visie op over hoe mediawijsheid in het onderwijs zou moeten worden opgepakt. Hij vindt dat mediawijsheid en Nederlands moeten trouwen. De kern van zijn betoog is dat aangezien zowel mediawijsheid als Nederlands (online) tekstbegrip als centraal thema hebben. Een goed en helder verhaal wat duidelijk laat zien dat aandacht voor online tekstbegrip noodzakelijk is en op dat punt is er zeker een sterke verwantschap met tekstbegrip binnen het vak Nederlands. Dat is echter nog geen reden om te pleiten voor het samengaan van deze twee aandachtsgebieden in het onderwijs. Integendeel zelfs. Mijns inziens zijn er drie redenen waarom dit niet het geval is.

Niet verengen tot online tekstbegrip
Mediawijsheid en informatievaardigheden gaan over meer dan alleen (online) tekstbegrip. Ook het om kunnen gaan met allerlei digitale tools is belangrijk, evenals het kunnen beoordelen van de diepere lagen achter een mediaboodschap.

Niet verengen tot Nederlands
Het vak Nederlands is niet het enige vak waarbinnen je met informatievaardigheden & mediawijsheid aan de slag kunt. Economie, maatschappijleer, biologie, M&O, geschiedenis en de vreemde talen zijn vakken waarbij je ook prima aandacht kunt besteden aan deze vaardigheden. Is dat lastig? Misschien in het begin. Het vereist waarschijnlijk het herontwerpen van je onderwijs. En nee, het hoeft ook niet ten koste te gaan van de vakinhoud. Een goed herontwerp voorkomt dat.

Verantwoordelijkheid van de hele school
Mediawijsheid integreren met Nederlands leidt daarnaast ook nog eens tot het afschuiven van verantwoordelijkheid. “Nee, daar hoeven wij niets aan te doen, dat doen ze al bij Nederlands.” Mediawijsheid is juist iets waarbij transfer naar andere aspecten van het leven van belang is. Door bij meerdere vakken hier aandacht aan te besteden laat je leerlingen zien dat het op verschillende vlakken van belang is en bevorder je juist die transfer.

Conclusie
Ik kan het alleen maar toejuichen als Jeroen mediawijsheid integreert in zijn vak, maar dat is niet alleen voorbehouden aan Nederlands. En die suggestie wekt hij wel door te pleiten voor een trouwerij. Ik zie mediawijsheid (& dus informatievaardigheden) meer als het meisje waar iedere jongen mee zou moeten willen daten. Een verborgen schoonheid. Dit meisje is ook polygaam: ze date met alle jongens tegelijk.

Gelooft Kennisnet nog in de Digital Natives mythe?

Gisteren las ik de laatste versie van de ‘ICT-bekwaamheidseisen voor leraren‘ van Kennisnet. Op pagina 5 kwam ik daar de volgende passage tegen:

Het gebruik van ict-toepassingen spreekt leerlingen aan. Voor veel leerlingen is het gebruik van ict een vanzelfsprekendheid, zij kennen geen wereld zonder ict, en sluit dus goed aan bij hun belevingswereld. Dit werkt motiverend. Bij het werken met nieuwe media blijkt wel een goede begeleiding van de leraar noodzakelijk (Digital natives vs. Digital immigrants); bijvoorbeeld bij het inschatten van de betrouwbaarheid van online bronnen en het gebruiken van goede zoektermen.

Mijn eerste gedachte was ‘oh nee, daar gaan we weer’ en direct slingerde ik de volgende tweet de lucht in:

Een paar uur later reageerde Frans Schouwenburg van Kennisnet:

Hmm, had ik misschien gewoon slecht gelezen? Na het herlezen van de bovenstaande passage kwam ik tot de conclusie dat deze tekst op in ieder geval twee manieren is uit te leggen. De crux zit ‘m in de zin “Bij het werken met nieuwe media blijkt wel een goede begeleiding van de leraar noodzakelijk”. Gecombineerd met de opmerkingen over leerlingen en de tekst tussen haakjes (Digital natives vs Digital immigrants) wekte bij mij de indruk dat Kennisnet uitgaat van een mythe die nooit wetenschappelijk is aangetoond.

Wat zou Kennisnet nu precies bedoelen met deze passage? Er zijn mijns inziens twee betekenissen aan deze alinea toe te kennen:

  1. De leraar heeft begeleiding nodig bij het toepassen van ict-toepassingen in het onderwijs, want hij/zij is een ‘digital immigrant’. Ze hebben oa moeite met het inschatten van de betrouwbaarheid en het gebruik van online bronnen. (mijn 1ste interpretatie dus)
  2. Om ict-toepassingen effectief in te zetten, moet de leraar de leerlingen wel goed begeleiden. Anders zullen leerlingen moeite hebben met het op waarde schatten en gebruiken van online bronnen. (ook een goed uitgangspunt)

Omdat deze passage in een stuk over bekwaamheidseisen van leraren staat, ging ikzelf automatisch uit van de eerste verklaring. Volgens Frans Schouwenburg een verkeerde conclusie.

Stel nu dat de tekst tussen haakje (over Digital … etc) er niet had gestaan? Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, was ik het dan helemaal eens met de tekst geweest. Wellicht is het goed om deze alinea opnieuw te formuleren zodat er geen twijfel meer kan bestaan over de betekenis.

Maar wat heeft Kennisnet nu precies bedoeld? Ik hoor het graag van ze in de reacties.

8 september 2012: Een dag om nooit te vergeten

Afgelopen zaterdag was het dan eindelijk zover: 3x op één dag de Mont Ventoux op proberen te fietsen. Maar eerst de briefing voor de deelnemers op vrijdagavond. Op een zwoele zomeravond namen de organisatoren in twee aparte sessies met ons (= de deelnemers & vrijwilligers) de dag door. De nadruk lag daarbij op veiligheid: altijd een helm op, niet als een komeet afdalen en verlichting tijdens het eerste deel van de eerste beklimming vanuit Bedoin. We waren hier tenslotte bijeen om levens te redden en niet om ze te verliezen.

De dag zelf
Bij de fouragepost tijdens de afdaling naar SaultWat afgelopen winter begon als een wild idee, werd nu concreet. Tijd om m’n voornemen waar te maken. De start op zaterdagochtend 6 uur is indrukwekkend. Na een klein oponthoud door een lekke band van een andere deelnemer, worden we weggeschoten door Simone. Daarna beginnen we in het pikkedonker in een lange stoet aan de beklimming. Een lange sliert aan rode achterlichtjes voor en achter me met een prachtige sterrenhemel boven me. Bijna iedereen is stil, je hoort alleen het zachte geluid van draaiende fietsen. Alsof iedereen, in het besef van de beproeving die te wachten staat, zijn of haar adem zo veel mogelijk spaart.

Overal langs het parcours staan kleine groepen mensen je aan te moedigen. De sfeer is geweldig. Op de eerste en derde verzorgingspost word ik ook nog eens liefdevol verzorgd door m’n vriendin Pauline. Bij de finish op de top wordt iedere deelnemer enthousiast het laatste steile stuk aangemoedigd. Een enorm gevoel van saamhorigheid heerst alom. Menige traan wordt weggepinkt.

De beklimmingen
De eerste beklimming verliep best soepel: zonder te hoeven forceren stond ik in 1 uur en 50 minuten op de top. Daar heb ik een klein half uur pauze gehouden om wat te eten en te genieten van het uitzicht. Vervolgens ben ik afgedaald richting Malaucene om vanaf daar aan de tweede beklimming te beginnen. Iets waar ik aanvankelijk behoorlijk tegen opzag aangezien in deze klim een stuk zit van bijna 4 kilometer lang boven de 10%. Toch verliep uiteindelijk ook deze klim nog best goed: in 2 uur en 3 minuten stond ik weer op de top. Halverwege de afdaling naar Sault nog een half uur gepauzeerd bij Pauline op de derde verzorgingspost. Na verder te zijn afgedaald naar Sault, kon ik iets voor één uur ‘s middags (12:55 om precies te zijn) beginnen aan de laatste (en in theorie de makkelijkste) beklimming. Hoewel het voor m’n gevoel best aardig ging, merkte ik bij de verzorgingspost dat met name de kilometers en in zekere mate ook de warmte hun tol begonnen te eisen. Om die reden toch een wat langere pauze genomen bij de verzorgingspost om weer genoeg koolhydraten binnen te krijgen. De laatste 10 kilometer waren zwaar, maar de voldoening was groot toen ik kwart over drie op de top finishte.

Afsluiting
Bas & Klaas Jan maken het voorlopige eindbedrag bekendAls iedereen ‘s avonds weer beneden is, wordt op het plein van Bedoin het voorlopige eindbedrag van € 263.259 bekend gemaakt. Wow, wat een mooi resultaat! (Inmiddels is bekend gemaakt dat de stichting Stop Hersentumoren met dit bedrag samen met de opbrengst van de acties Ride for Hope en Step tegen Kanker vier onderzoeksprojecten van VUmc Amsterdam, ErasmusMC Rotterdam en UMC St. Radboud Nijmegen financiert.) Ook alle vrijwilligers (ca 40) worden in het zonnetje gezet. Zonder hun inzet had deze dag niet zo soepel kunnen verlopen. Aan het einde van de avond krijgt iedereen een oorkonde en een aandenken mee. De organisatoren hebben werkelijk aan alles gedacht.

Daarnaast kunnen we ook terugkijken op een aantal leuke dagen voorafgaand aan het evenement. Gedurende deze dagen verbleven we in Villes-sur-Auzon bij oud-collega Miriam Goes en haar man, die ons heel gastvrij hebben ontvangen. Het heeft ons werkelijk aan niets ontbroken.

De deelnemers
En dan de deelnemers, 175 in totaal. Wat een diversiteit! Van ervaren fietsers tot deelnemers die speciaal voor dit evenement begonnen zijn met fietsen. Van geen tot veel ervaring in de bergen. Van jong (13) tot oud (66). En zelfs een deelnemer die ook een hersentumor heeft wist de Mont Ventoux 3x te bedwingen.

Eigen verhaal
Tijdens het hele evenement merk je dat iedereen zijn/haar eigen verhaal heeft. Een partner, familielid of vriend(in) die aan de ziekte lijdt of eraan is overleden. Ik ontmoet die dag voor het eerst in 15 jaar Matthijs weer. Destijds was ik coach van zijn roeiploeg, nu gaan we samen de berg op om onderzoek mogelijk te kunnen maken dat helaas voor zijn broer te laat komt. Terug naar Simone. Toen zij te horen kreeg dat ze een hersentumor had, wist ze dat de kans op genezing nihil was. Vanuit haar beroep – huisarts – was ze goed in staat om dieper in haar eigen ziekte te duiken. Ze kwam erachter dat er bijna geen onderzoek naar hersentumoren plaatvond, voornamelijk vanwege geldgebrek. Aanleiding voor Bas voor den Dag (haar zwager) en Klaas Jan Oldenburger om dit evenement te organiseren.

En mijn eigen verhaal? Lang geleden werd ook bij mij kanker geconstateerd. Inmiddels ben ik lang en breed genezen verklaard. Iets waar ik tijdens de beklimmingen verschillende keren aan terug heb gedacht. Ik heb geluk gehad, maar dat geluk had ik niet gehad als er geen onderzoek was gedaan. Het is mooi om een bijdrage te kunnen leveren om hopelijk ook voor anderen dat geluk mogelijk te maken.